Wet 14 januari 2013   

_blank

14 JANUARI 2013. - Wet houdende diverse bepalingen inzake werklastvermindering binnen justitie

Bron : JUSTITIE 
Publicatie : 01-03-2013 nummer :   2013009078 bladzijde : 12945   BEELD
Dossiernummer : 2013-01-14/16
Inwerkingtreding : 01-09-2013

 

Inhoudstafel

Tekst

Begin


HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Vervollediging van het centraal huwelijksovereenkomstenregister
Art. 2-14
HOOFDSTUK 3. - Werklastvermindering en informatisering inzake de burgerlijke stand
Art. 15-29
HOOFDSTUK 4. - Het optreden van de vrederechter bij bepaalde verkopingen van onroerende goederen
Art. 30-36
HOOFDSTUK 5. - De elektronische neerlegging van akten van vennootschappen, VZW's, stichtingen en internationale VZW's
Art. 37-44
HOOFDSTUK 6. - De indiening van facturen door de onbetaalde verkoper
Art. 45
HOOFDSTUK 7. - Het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, <collectieve> <schuldenregeling> en protest
Art. 46-67
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten betreffende de protesten zoals bedoeld in de protestwet van 3 juni 1997
Art. 68-73
HOOFDSTUK 9. - Opheffing van het vereiste van verzending van een aangetekende brief bij betekening van een gerechtsdeurwaardersexploot
Art. 74
HOOFDSTUK 10. - Verlichting van sommige door het Gerechtelijk Wetboek opgelegde verplichtingen
Art. 75-77
HOOFDSTUK 11. - De reorganisatie van de griffies van de arbeidsrechtbanken
Art. 78-84
HOOFDSTUK 12. - Inwerkingtreding
Art. 85

 

Tekst

Inhoudstafel

Begin

HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK 2. - Vervollediging van het centraal huwelijksovereenkomstenregister

  Art. 2. Artikel 1391 van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 14 juli 1976, wordt aangevuld met twee leden, luidende :
  " De notaris voor wie het huwelijkscontract is verleden, doet de bij artikel 4, § 2, 1°, van de wet van 13 januari 1977 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de vaststelling van een stelsel van registratie van testamenten, opgemaakt te Bazel op 16 mei 1972 en tot invoering van een centraal huwelijksovereenkomstenregister, voorgeschreven inschrijving op straffe van geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro, van ontzetting uit zijn ambt en van aansprakelijkheid jegens de schuldeisers, wanneer bewezen is dat het verzuim het gevolg is van heimelijke verstandhouding.
  Bij gebrek aan voormelde inschrijving kunnen de van het wettelijk stelsel afwijkende bepalingen niet worden tegengeworpen aan derden die, onbekend met het huwelijkscontract, overeenkomsten met de echtgenoten hebben aangegaan. ".

  Art. 3. Artikel 1395 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juli 2008, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 1395. § 1. De notaris voor wie het huwelijkscontract of de akte houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel is verleden, doet de bij artikel 4, § 2, 1°, van de wet van 13 januari 1977 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de vaststelling van een stelsel van registratie van testamenten, opgemaakt te Bazel op 16 mei 1972 en tot invoering van een centraal huwelijksovereenkomstenregister, voorgeschreven inschrijving, op straffe van geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro, van ontzetting uit zijn ambt en van aansprakelijkheid jegens de schuldeisers, wanneer bewezen is dat het verzuim het gevolg is van heimelijke verstandhouding.
  § 2. Tussen echtgenoten hebben de bedongen wijzigingen gevolg vanaf de datum van de wijzigingsakte. Zij hebben slechts gevolg ten aanzien van derden vanaf de inschrijving, bedoeld in artikel 4, § 2, 1°, van de wet van 13 januari 1977 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de vaststelling van een stelsel van registratie van testamenten, opgemaakt te Bazel op 16 mei 1972 en tot invoering van een centraal huwelijksovereenkomstenregister, behoudens indien de echtgenoten in hun overeenkomsten met derden dezen van de wijziging op de hoogte hebben gebracht.
  § 3. Een buitenlandse akte houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel kan, indien zij voldoet aan de voorwaarden die nodig zijn voor de erkenning ervan in België, worden vermeld op de kant van een akte die door een Belgische notaris is opgesteld en bij die akte worden gevoegd. Deze formaliteit wordt verricht met het oog op de bekendmaking van de wijziging en heeft niet tot gevolg dat deze aan derden kan worden tegengeworpen. ".

  Art. 4. Artikel 1396 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juli 2008, wordt opgeheven.

  Art. 5. In artikel 1476, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 november 1998, wordt het 6° opgeheven.

  Art. 6. In artikel 1478, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 november 1998, worden de woorden " en wordt vermeld in het bevolkingsregister " opgeheven.

  Art. 7. Artikel 12 van het Wetboek van koophandel, gewijzigd bij de wet van 18 juli 2008, wordt opgeheven.

  Art. 8. Artikel 13 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.

  Art. 9. Artikel 14 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.

  Art. 10. Artikel 15 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.

  Art. 11. In artikel 4 van de wet van 13 januari 1977 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de vaststelling van een stelsel van registratie van testamenten, opgemaakt te Bazel op 16 mei 1972 en tot invoering van een centraal huwelijksovereenkomstenregister, gewijzigd bij de wet van 6 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 2. In het centraal huwelijksovereenkomstenregister worden opgenomen :
  1° de huwelijksovereenkomsten en de gewijzigde huwelijksovereenkomsten, met aanwijzing van het stelsel;
  2° de in artikel 1478 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde overeenkomsten;
  3° de vonnissen en arresten die een wijziging inhouden van het huwelijksvermogensstelsel of van de in artikel 1478 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde overeenkomsten. In voorkomend geval, stelt de rechtbank in het beschikkend gedeelte vast dat het vonnis of arrest onder de toepassing van deze bepaling valt. ";
  b) het artikel wordt aangevuld met een § 3, luidende :
  " § 3. De griffier van het rechtscollege dat ze heeft uitgesproken, stelt het centraal huwelijksovereenkomstenregister in kennis van de in § 2, 3°, bedoelde vonnissen of arresten.
  De griffier van het rechtscollege dat het in het eerste lid bedoelde vonnis of arrest heeft uitgesproken, stelt het centraal huwelijksovereenkomstenregister in kennis van elk verzet, hoger beroep of voorziening tegen dit vonnis of arrest.
  De griffier van het rechtscollege dat ze heeft uitgesproken stelt het centraal huwelijksovereenkomstenregister in kennis van de rechterlijke beslissingen waarbij een in het eerste lid bedoeld vonnis of arrest wordt vernietigd of hervormd.
  Alle kennisgevingen en mededelingen waarvan sprake is in deze paragraaf geschieden op de wijze die de Koning bepaalt. ".

  Art. 12. In dezelfde wet wordt een artikel 4/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 4/1. Het centraal huwelijksovereenkomstenregister kan door eenieder worden geraadpleegd. ".

  Art. 13. In artikel 6/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 6 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° tussen de woorden " inzake huwelijksovereenkomsten " en de woorden " door de Koninklijke " worden de woorden " , overeenkomsten bedoeld in artikel 1478 van het Burgerlijk Wetboek en vonnissen en arresten bedoeld in artikel 4, § 2, 3°, " ingevoegd;
  2° tussen de woorden " alle huwelijksovereenkomsten " en de woorden " en het tarief " worden de woorden " , de in artikel 1478 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde overeenkomsten en de in artikel 4, § 2, 3°, bedoelde vonnissen en arresten, " ingevoegd.

  Art. 14. In artikel 6/2, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 6 mei 2009, worden tussen de woorden " van huwelijksovereenkomsten " en de woorden " opheffen, aanvullen " de woorden " , overeenkomsten bedoeld in artikel 1478 van het Burgerlijk Wetboek en vonnissen en arresten bedoeld in artikel 4, § 2, 3°, " ingevoegd.

  HOOFDSTUK 3. - Werklastvermindering en informatisering inzake de burgerlijke stand

  Art. 15. In artikel 38 van het Burgerlijk Wetboek worden de woorden " en aan de getuigen " opgeheven.

  Art. 16. In artikel 39 van hetzelfde Wetboek worden de woorden " , door de verschijnende partijen en de getuigen " vervangen door de woorden " en door de verschijnende partijen ".

  Art. 17. In artikel 42 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " , zonder enig wit vak, " worden opgeheven;
  2° de laatste zin wordt vervangen door wat volgt : " Niets wordt er bij afkorting ingeschreven. Data worden in cijfers uitgedrukt. ";
  3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " De Koning kan de voorwaarden bepalen waaraan de akten moeten voldoen. ".

  Art. 18. In artikel 44 van hetzelfde Wetboek worden de woorden " , nadat de persoon die ze overgelegd heeft en de ambtenaar van de burgerlijke stand ze eerst geparafeerd hebben, " opgeheven.

  Art. 19. In boek I, titel II, hoofdstuk I, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 44/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 44/1. De ambtenaren van de burgerlijke stand kunnen voor alle taken inzake het opstellen van akten van burgerlijke stand een speciale schriftelijke machtiging verlenen aan één of meer beambten van het gemeentebestuur.
  Vóór de handtekening van de beambten van het gemeentebestuur moet melding worden gemaakt van de ontvangen machtiging. ".

  Art. 20. Artikel 52 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 52. Elke onrechtmatige verandering, elke valsheid in de akten van de burgerlijke stand, elke inschrijving elders dan in de daartoe bestemde registers, levert grond op tot toekenning van een schadevergoeding aan de partijen, onverminderd de in het Strafwetboek gestelde straffen. ".

  Art. 21. Artikel 56, § 4, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 maart 1984, wordt vervangen door wat volgt :
  " § 4. De ambtenaar van de burgerlijke stand vergewist zich van de geboorte aan de hand van een verklaring van een geneesheer of vroedvrouw. ".

  Art. 22. In artikel 75, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 april 2010, worden de woorden " bloedverwanten of geen bloedverwanten, " opgeheven.

  Art. 23. In artikel 76 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 april 2010, wordt het 10° opgeheven.

  Art. 24. In artikel 77 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd door het regentsbesluit van 26 juni 1947, worden de woorden " die dit echter niet mag afgeven dan nadat hij zich naar de overledene heeft begeven om zich van het overlijden te vergewissen " vervangen door de woorden " die dit echter niet mag afgeven dan nadat hij zich van het overlijden heeft vergewist aan de hand van een overlijdensattest ".

  Art. 25. Artikel 80 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 80. In geval van overlijden in ziekenhuizen, gevangenissen of in andere openbare inrichtingen zijn de oversten, bestuurders, beheerders en hoofden van die huizen gehouden daarvan binnen vierentwintig uren kennis te geven aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. Deze maakt van het overlijden een akte op overeenkomstig de artikelen 78 en 79. ".

  Art. 26. In artikel 80bis, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 april 1999, worden de woorden " door hem toegelaten " en " gediplomeerde " opgeheven.

  Art. 27. In artikel 82 van hetzelfde Wetboek wordt het tweede lid opgeheven.

  Art. 28. Artikel 83 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 15 december 1949, wordt opgeheven.

  Art. 29. Artikelen 84 en 85 van hetzelfde Wetboek worden opgeheven.

  HOOFDSTUK 4. - Het optreden van de vrederechter bij bepaalde verkopingen van onroerende goederen

  Art. 30. Artikel 598 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 mei 2007, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 598. De vrederechter is tegenwoordig :
  1° bij verdelingen waarmee het belang gemoeid is van minderjarigen, onbekwaamverklaarden, vermoedelijk afwezigen, en personen die geïnterneerd zijn ingevolge de wet van 9 april 1930 tot de bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten, en van personen aan wie een voorlopige bewindvoerder is toegevoegd krachtens de artikelen 488bis, a) tot k), van het Burgerlijk Wetboek;
  2° indien de vrederechter daartoe beslist, bij openbare verkopingen van onroerende goederen waarmee het belang gemoeid is van minderjarigen, onbekwaamverklaarden, vermoedelijk afwezigen, en personen die geïnterneerd zijn ingevolge de wet van 9 april 1930 tot de bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten, en van personen aan wie een voorlopige bewindvoerder is toegevoegd krachtens de artikelen 488bis, a) tot k), van het Burgerlijk Wetboek, evenals bij openbare verkopingen van onroerende goederen uit nalatenschappen die onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard zijn, uit onbeheerde nalatenschappen of uit failliete boedels.
  Hij oefent de bevoegdheden uit die bij de artikelen 1192 en 1206 bepaald worden. ".

  Art. 31. In artikel 1186 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 april 2001, wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
  " De verkoop geschiedt in aanwezigheid van de wettelijke vertegenwoordigers en, in voorkomend geval, van de toeziende voogden. De verkoop geschiedt, in voorkomend geval, ten overstaan van de vrederechter van het kanton waar de goederen gelegen zijn. ".

  Art. 32. In artikel 1187 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 mei 2007, wordt het vierde lid vervangen door wat volgt :
  " De verkoop geschiedt in aanwezigheid van de wettelijke vertegenwoordigers en, in voorkomend geval, van de toeziende voogden. De verkoop geschiedt, in voorkomend geval, ten overstaan van de vrederechter van het kanton waar de goederen gelegen zijn. ".

  Art. 33. In artikel 1189, derde lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden " , in voorkomend geval, " ingevoegd tussen de woorden " Deze wordt " en de woorden " gehouden ten overstaan van de vrederechter van het kanton waar de goederen gelegen zijn. ".

  Art. 34. In artikel 1190, tweede lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden " , in voorkomend geval, " ingevoegd tussen de woorden " Deze wordt " en de woorden " gehouden ten overstaan van de vrederechter van het kanton waar de goederen gelegen zijn. ".

  Art. 35. In artikel 1191 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 april 2001, worden de woorden " , in voorkomend geval, " ingevoegd, tussen de woorden " de rechter-commissaris wijst " en de woorden " tegelijk de vrederechter ".

  Art. 36. Artikel 1192 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 1192. § 1. De door de aangestelde notaris opgestelde verkoopvoorwaarden geven de datum van de verkoop aan en worden vóór de aanvang van de bekendmaking ter goedkeuring voorgelegd aan de vrederechter.
  De vrederechter waakt over de bescherming van de in artikel 1191 bedoelde belangen. In voorkomend geval kan hij zijn goedkeuring van de verkoopvoorwaarden afhankelijk maken van de vaststelling van bepaalde voorwaarden waaronder in het bijzonder zijn aanwezigheid op de zitting van toewijzing.
  Weigert de rechter zijn goedkeuring, dan staan tegen zijn beschikking de rechtsmiddelen open als bepaald in de artikelen 1031 tot 1034.
  § 2. Als er moeilijkheden ontstaan, kan de notaris of elke belanghebbende partij zich tot de vrederechter wenden. In voorkomend geval doet de vrederechter de verkoop uitstellen, na de wettelijke vertegenwoordigers van de belanghebbenden, de voorlopig inbezitgestelden, de erfgenamen die onder voorrecht hebben aanvaard, de curators van de onbeheerde nalatenschappen of de curators van de failliete boedels te hebben gehoord. ".

  HOOFDSTUK 5. - De elektronische neerlegging van akten van vennootschappen, VZW's, stichtingen en internationale VZW's

  Art. 37. Artikel 72 van het Wetboek van vennootschappen wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 72. Bij de neerlegging van het uittreksel van de oprichtingsakte wordt een vergoeding aangerekend aan de belanghebbende, waarvan de hoogte wordt bepaald door de Koning. Deze vergoeding blijft verschuldigd, ook als er uiteindelijk geen dossier wordt aangelegd of geen bekendmaking gebeurt. ".

  Art. 38. In artikel 73, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden " of elektronische systemen " ingevoegd tussen de woorden " wijst de ambtenaren " en de woorden " aan die de akten ".

  Art. 39. In artikel 26octies, § 3, tweede lid, van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, ingevoegd bij de wet van 2 mei 2002, worden de woorden " § 1, vierde en vijfde lid, en §§ 2 en 3 " vervangen door de woorden " § 1, derde en vierde lid, en §§ 2 tot 4 ".

  Art. 40. In artikel 26novies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 2 mei 2002 en gewijzigd bij de wetten van 16 januari 2003 en 6 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, derde lid, worden de woorden " en de vergoeding die daarvoor wordt aangerekend aan de vereniging en die niet hoger mag zijn dan de reële kostprijs " opgeheven;
  2° in § 2, eerste lid, worden de woorden " , op de kosten van de betrokkenen, " opgeheven;
  3° het artikel wordt aangevuld met een § 4, luidende :
  " § 4. Bij de neerlegging van de in § 1, tweede lid, bedoelde stukken wordt een vergoeding aangerekend aan de belanghebbende, waarvan de hoogte wordt bepaald door de Koning. Deze vergoeding blijft verschuldigd, ook als er uiteindelijk geen dossier wordt aangelegd of geen uittreksel wordt bekendgemaakt. ".

  Art. 41. In artikel 31 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 2 mei 2002 en gewijzigd bij de wetten van 16 januari 2003 en 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 4 worden de woorden " Op kosten van de belanghebbenden worden " vervangen door het woord " Worden ";
  2° § 5 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 5. Artikel 26novies, § 1, derde en vierde lid, en § 4, is van overeenkomstige toepassing op de in § 1 bedoelde stichtingen. ".

  Art. 42. In artikel 37, § 6, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 2 mei 2002, wordt het woord " private " opgeheven.

  Art. 43. In artikel 51 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 2 mei 2002 en gewijzigd bij de wetten van 16 januari 2003 en 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 3 worden de woorden " op kosten van de belanghebbenden " opgeheven;
  2° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 4. Artikel 26novies, § 1, derde en vierde lid, en § 4, is van overeenkomstige toepassing op de in § 1 bedoelde internationale verenigingen zonder winstoogmerk. ".

  Art. 44. In artikel 53 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 2 mei 2002 en gewijzigd bij de wetten van 9 juli 2004, 27 december 2004 en 30 december 2009 en bij het koninklijk besluit van 25 augustus 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 7 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " De werkingskosten van de Commissie voor boekhoudkundige normen worden gedragen door de internationale verenigingen zonder winstoogmerk die, overeenkomstig § 8, hun jaarrekening openbaar moeten maken door neerlegging bij de Nationale Bank van België. De Koning bepaalt het bedrag van deze bijdrage, die echter niet hoger mag zijn dan drie euro en tweeënzeventig cent, geïndexeerd volgens dezelfde regels als deze die werden vastgesteld voor de indexering van de wedden en lonen in de overheidsdiensten. De Nationale Bank van België int deze bijdrage samen met de kosten voor de openbaarmaking van de jaarrekening en maakt ze over aan de Commissie. ";
  2° het artikel wordt aangevuld met een § 8, luidende :
  " § 8. Binnen dertig dagen na de goedkeuring ervan door het algemeen leidinggevend orgaan wordt de jaarrekening van de in § 3 bedoelde internationale verenigingen door de bestuurders neergelegd bij de Nationale Bank van België.
  Overeenkomstig het eerste lid worden gelijktijdig neergelegd :
  1° een stuk met de naam en voornaam van de bestuurders en, in voorkomend geval, van de commissarissen die in functie zijn;
  2° in voorkomend geval, het verslag van de commissarissen.
  De Koning bepaalt de nadere regels volgens welke en de voorwaarden waaronder de in het eerste en het tweede lid bedoelde stukken moeten worden neergelegd, alsmede het bedrag en de wijze van betaling van de kosten van de openbaarmaking. De neerlegging wordt alleen aanvaard indien de ter uitvoering van dit lid vastgestelde bepalingen worden nageleefd.
  Binnen vijftien werkdagen na de aanvaarding van de neerlegging wordt daarvan melding gemaakt in een bestand dat de Nationale Bank van België aanlegt op een drager en volgens de nadere regels die de Koning vaststelt. De tekst van de vermelding wordt door de Nationale Bank van België overgezonden aan de griffie van de rechtbank van koophandel die het dossier van de vereniging als bedoeld in artikel 51 aanlegt en wordt bij dat dossier gevoegd.
  De Nationale Bank van België reikt aan degenen die er, zelfs schriftelijk, om vragen, een afschrift in de door de Koning vastgestelde vorm uit, hetzij van alle stukken die haar met toepassing van het eerste en het tweede lid worden overgezonden, hetzij van de stukken als bedoeld in het eerste en het tweede lid die haar worden overgezonden en betrekking hebben op de met name genoemde verenigingen en op bepaalde jaren. De Koning stelt het bedrag vast dat aan de Nationale Bank van België moet worden betaald voor de verkrijging van de in dit lid bedoelde afschriften.
  De griffies van de rechtbanken ontvangen van de Nationale Bank van België kosteloos en onverwijld een afschrift van alle in het eerste en het tweede lid bedoelde stukken in de vorm die door de Koning is vastgesteld.
  De Nationale Bank van België is bevoegd om, volgens de nadere regels die door de Koning zijn vastgesteld, algemene en anonieme statistieken op te maken en bekend te maken over het geheel of een gedeelte van de gegevens die zijn vervat in de stukken welke haar met toepassing van het eerste en het tweede lid worden overgezonden. ".

  HOOFDSTUK 6. - De indiening van facturen door de onbetaalde verkoper

  Art. 45. In artikel 20, 5°, van de hypotheekwet van 16 december 1851, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 december 1939 en de wetten van 29 juli 1959 en 3 mei 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het vierde lid, worden de woorden " ; het heeft evenwel slechts gevolg voor zover binnen vijftien dagen na deze levering een door de verkoper eensluidend verklaard afschrift van de al dan niet aanvaarde factuur of van elke andere akte waaruit de verkoop blijkt, neergelegd wordt op de griffie van de rechtbank van koophandel van het arrondissement waarin de schuldenaar zijn woonplaats of, bij gebreke hiervan, zijn verblijfplaats heeft " opgeheven;
  2° in het vijfde lid worden de zinnen die aanvangen met de woorden " De griffier stelt op " en eindigen met de woorden " dit afschrift. " opgeheven.

  HOOFDSTUK 7. - Het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, <collectieve> <schuldenregeling> en protest

  Art. 46. Het opschrift van het vijfde deel, Titel I, hoofdstuk 1bis, van het Gerechtelijk Wetboek wordt vervangen door wat volgt :
  " Centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, <collectieve> <schuldenregeling> en protest ".

  Art. 47. Het opschrift van het vijfde deel, Titel I, hoofdstuk 1bis, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt :
  " Inrichting van een centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, <collectieve> <schuldenregeling> en protest ".

  Art. 48. In artikel 1389bis/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 mei 2000, worden de woorden " en <collectieve> <schuldenregeling> " vervangen door de woorden " , <collectieve> <schuldenregeling> en protest ".

  Art. 49. In artikel 1389bis/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 mei 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " artikel 1, § 6 " worden vervangen door de woorden " artikel 1, § 4 ";
  2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " De Nationale Kamer staat in voor de controle op en de melding aan het Beheers- en toezichtscomité van alle mogelijke misbruiken van het bestand van berichten. ".

  Art. 50. In artikel 1389bis/5 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 mei 2000, wordt het eerste lid, tweede zin, aangevuld met de woorden " , tenzij aan de Nationale Bank van België in het kader van haar wettelijke opdrachten, waarbij zij het nummer mag gebruiken. ".

  Art. 51. In artikel 1389bis/6 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 mei 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
  " In afwijking van het eerste en tweede lid stelt de Minister van Justitie voor de registratie van de in artikel 1390quater/1 bedoelde berichten een retributie vast na het advies van het Beheers- en toezichtscomité en van de Nationale Kamer te hebben ingewonnen. Enkel voor de mededeling van dergelijke gegevens, die zijn geregistreerd in het bestand van berichten, aan specifieke categorieën van personen zoals bedoeld in artikel 1391, § 2, derde lid, wordt door de minister van Justitie een retributie bepaald na het advies van het Beheers- en toezichtscomité en van de Nationale Kamer te hebben ingewonnen. ";
  2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " De minister kan de retributie diversifiëren na het advies van het Beheers- en toezichtscomité en van de Nationale Kamer te hebben ingewonnen. ".

  Art. 52. In artikel 1389bis/7 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 mei 2000 en gewijzigd bij wet van 27 maart 2006, worden de woorden " in verband met het bewarend beslag, de middelen tot tenuitvoerlegging en de <collectieve> <schuldenregeling> " vervangen door de woorden " in verband met het bewarend beslag, de middelen tot tenuitvoerlegging, de <collectieve> <schuldenregeling> en het protest ".

  Art. 53. In artikel 1389bis/8 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 mei 2000, die gewijzigd is bij de wet van de 27 maart 2003, en bij de wet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " het ministerie van " vervangen door " de Federale Overheidsdienst " en worden de woorden " en <collectieve> <schuldenregeling> " vervangen door de woorden " , <collectieve> <schuldenregeling> en protest ";
  2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
  " Het Beheers- en toezichtscomité wordt voorgezeten door een beslagrechter of door een magistraat of een emeritus-magistraat met ten minste twee jaar effectieve ervaring inzake beslag, die wordt aangewezen door de Minister van Justitie. Het Comité is voorts samengesteld uit een jurist en een informaticus die de Minister van Justitie vertegenwoordigen en door hem worden aangewezen, uit een griffier van een rechtbank van eerste aanleg of hof van beroep, afdeling beslag, en een griffier en magistraat van een arbeidsgerecht, die allen worden aangewezen door de minister van Justitie, uit een lid van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, die wordt aangewezen door deze commissie, uit een vertegenwoordiger van de Nationale Bank van België, die wordt aangewezen door de gouverneur ervan, uit een advocaat, die wordt aangewezen door de Orde van Vlaamse Balies, uit een advocaat, die wordt aangewezen door de Ordre des barreaux francophones et germanophone, uit een notaris, die wordt aangewezen door de Nationale Kamer van notarissen, uit een notaris aangewezen door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat, uit een gerechtsdeurwaarder, die wordt aangewezen door de Nationale Kamer, uit een gerechtsdeurwaarder-secretaris, die wordt aangewezen door het directiecomité van de Nationale Kamer, uit een vertegenwoordiger van de Federale Overheidsdienst Financiën, die wordt aangewezen door de Minister van Financiën, uit een schuldbemiddelaar van de Nederlandse taalrol of die erkend wordt door de bevoegde Nederlandstalige overheid en een schuldbemiddelaar van de Franse taalrol of die erkend wordt door de bevoegde Franstalige overheid, die beiden ten minste twee jaar effectieve ervaring hebben, aangewezen door de Minister van Justitie, en uit een bedrijfsrevisor, die wordt aangewezen door de raad van het Instituut van de bedrijfsrevisoren. ";
  3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " De Federale Overheidsdienst Justitie organiseert de huisvesting en de personeelsondersteuning van het Beheers- en toezichtscomité. ".

  Art. 54. In artikel 1389bis/9, tweede zin, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 mei 2000, worden de woorden " van het Comité " vervangen door de woorden " bedoeld in dit artikel ".

  Art. 55. In artikel 1389bis/10, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 mei 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het 1° worden de woorden " centraal bestand " vervangen door de woorden " bestand van berichten ";
  b) in de Franse tekst van het 1° worden de woorden " fichier central " vervangen door de woorden " fichier des avis ";
  c) de § wordt aangevuld met een 6°, luidende :
  " 6° advies uitbrengen over de organisatie van het bestand van berichten en de invloed van de uitbatingsprocedures op de kosten ervan, alsook over het ontwerp van jaarlijks budget van het bestand van berichten en het jaarlijks opvolgingsrapport betreffende dit budget. ".

  Art. 56. In artikel 1390, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 mei 2000, die gewijzigd is bij de wetten van 27 maart 2003 en 30 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het eerste lid, 2°, worden de woorden " handelsregisternummer en " opgeheven;
  b) tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
  " Met " ontvanger " in het tweede lid worden de ontvangers van de administratie der Directe Belastingen, van de administratie van de btw, Registratie en Domeinen, van de administratie der Douane en Accijnzen, de gewestelijke ontvangers, de personeelsleden van het Agentschap Vlaamse Belastingsdienst, de provinciale en gemeenteontvangers bedoeld. ".

  Art. 57. In artikel 1390bis, eerste lid,van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 31 maart 1987 en vervangen bij de wet van 29 mei 2000, worden de woorden " stelt naar gelang van het geval de griffier of de gerechtsdeurwaarder " vervangen door de woorden " stelt naar gelang van het geval de griffier, de gerechtsdeurwaarder of de ambtenaar die toepassing maakt van artikel 15 van de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën ".

  Art. 58. In artikel 1390ter, eerste lid,van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 14 januari 1993 en vervangen bij de wet van 29 mei 2000, die gewijzigd is bij de wet van 30 december 2009, wordt het 2° vervangen door wat volgt :
  " 2° naam, voornamen, geboortedatum en woonplaats, of naam, rechtsvorm, maatschappelijke zetel en ondernemingsnummer van de overdrager; ".

  Art. 59. In artikel 1390quater, § 2, eerste lid,van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 31 maart 1987, vernummerd bij de wet van 14 januari 1993 en vervangen bij de wet van 29 mei 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de inleidende zin wordt vervangen door wat volgt :
  " De schuldbemiddelaar zendt binnen drie werkdagen volgend op de hierna vermelde data aan het bestand van berichten de volgende vermeldingen : ";
  b) het 2° wordt aangevuld met de woorden " en de identiteit van de vervangende schuldbemiddelaar zoals in § 1, 2° ; ";
  c) het lid wordt aangevuld met een 5°, luidende :
  " 5° in geval van totale kwijtschelding van de schulden, de datum van de beslissing en de datum van de herroeping van die beslissing. ".

  Art. 60. In het vijfde deel, Titel I, hoofdstuk 1bis, afdeling III, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1390quater/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 1390quater/1. Binnen drie werkdagen na het opmaken van de protestakte zendt de instrumenterende gerechtsdeurwaarder op eigen verantwoordelijkheid aan het bestand van berichten een bericht van protest met vermelding van :
  1° de plaats, datum en aard van het protest;
  2° het soort handelspapier waarop het protest betrekking heeft;
  3° de naam en voornamen, rechtsvorm of bijzondere benaming van de begunstigde van het orderbriefje of van de trekker van de wisselbrief, alsook zijn woonplaats of indien het een koopman betreft, zijn hoofdinrichting of, indien het een rechtspersoon betreft, zijn maatschappelijke zetel en zijn ondernemingsnummer;
  4° de naam en voornamen, rechtsvorm of bijzondere benaming van de ondertekenaar van het orderbriefje of van de betrokkene van de wisselbrief, alsook de vermelding of hij de wisselbrief al dan niet geaccepteerd heeft, zijn woonplaats of indien het een koopman betreft, zijn hoofdinrichting of, indien het een rechtspersoon betreft, zijn maatschappelijke zetel en zijn ondernemingsnummer;
  5° de vervaldag;
  6° het bedrag van het handelspapier en, indien dat zou verschillen, het bedrag waarvoor het protest werd opgemaakt;
  7° de reden van de weigering die aanleiding geeft tot het protest;
  8° de identiteit van de instrumenterende gerechtsdeurwaarder;
  9° de naam van de verzoeker. ".

  Art. 61. Artikel 1390quinquies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 juli 1998 en vervangen bij de wet van 29 mei 2000, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 1390quinquies. Geen overhandiging of verdeling van de gelden waarop beslag is gelegd, als gereed geld of als bedragen waarop beslag onder derden is gelegd, of die voortkomen van een verkoop van in beslag genomen roerende of onroerende goederen, kan plaatsvinden dan overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 1627 tot 1654.
  Wanneer de verdeling definitief is vastgesteld, zendt de gerechtsdeurwaarder of de notaris die het proces-verbaal van evenredige verdeling of van rangregeling heeft opgemaakt, deze informatie volgens de door de Koning bepaalde nadere regels toe aan het bestand van berichten. ".

  Art. 62. In artikel 1390septies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 mei 2000, die gewijzigd is bij de wet van 27 maart 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) het tweede lid wordt vervangen door twee leden, luidende als volgt :
  " Wanneer het beslag of het verzet plaatsvindt ten aanzien van ondernemingen of van personen die een ondernemingsnummer hebben, zendt het bestand van berichten ten laatste de eerste dag volgend op de ontvangst, volgens de door de Koning bepaalde nadere regels en parameters, gestructureerde informatie van de daarop betrekking hebbende berichten toe aan de griffie van de rechtbank van koophandel van het arrondissement waar ze zijn ingeschreven.
  Wanneer er berichten worden verzonden overeenkomstig artikel 1390quater, zendt het bestand van berichten deze berichten alsook de verbeteringen en wijzigingen uiterlijk vierentwintig uur na de uitspraak van de beschikking van toelaatbaarheid of na de vermelding op het bericht aan de Nationale Bank van België en aan de Kansspelcommissie. Eenieder die het bestand van berichten op naam van een natuurlijke persoon heeft geraadpleegd, wordt door het bestand van berichten in voorkomend geval, volgens de door de Koning vastgestelde nadere regels, op de hoogte gesteld van de voormelde nieuwe informatie betreffende die persoon. ";
  b) in het derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden " zulks onverminderd " vervangen door de woorden " tenzij in geval van ";
  c) In het vijfde lid, dat het zesde lid wordt, worden de woorden " In afwijking van het derde lid " vervangen door de woorden " In afwijking van het vierde lid " en wordt het lid aangevuld met de woorden " of de beslissing van de totale kwijtschelding van de schulden of de herroeping daarvan. ";
  d) tussen het vijfde en zesde lid, die het zesde en het negende lid worden, worden de volgende leden ingevoegd :
  " In afwijking van het vierde lid wordt het in artikel 1390quater/1 bedoelde bericht bewaard in het bestand van berichten tot de integrale betaling of de uitdoving van de wisselschuld om een andere reden. In beide gevallen schrapt de instrumenterende gerechtsdeurwaarder het bericht binnen drie werkdagen na ontvangst van de integrale betaling of de vaststelling van de uitdoving.
  Hij brengt hiertoe volgende vermeldingen aan op het betreffende bericht van protest :
  1° de datum van de betaling of van de uitdoving van de wisselschuld;
  2° het bedrag van de betaling of de reden van de uitdoving anders dan wegens betaling. ";
  e) In het zesde lid, dat het negende lid wordt, worden de woorden " en <collectieve> <schuldenregeling> " vervangen door de woorden " , <collectieve> <schuldenregeling> en protest ".

  Art. 63. In artikel 1391 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 mei 2000, die gewijzigd is bij de wetten van 13 december 2005 en 30 december 2009, en gewijzigd bij de wet van 31 mei 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1. De advocaten, door toedoen van de Orde van Vlaamse Balies en de Ordre des barreaux francophones et germanophone, de gerechtsdeurwaarders en de ontvangers van de administratie der Directe Belastingen, van de administratie van de btw, Registratie en Domeinen en van de administratie der Douane en Accijnzen, de gewestelijke ontvangers, de personeelsleden van het Agentschap Vlaamse Belastingsdienst en de provinciale- en gemeenteontvangers die belast zijn met een invorderingsprocedure ten gronde of bij wijze van beslag tegen een bepaalde persoon, kunnen kennis nemen van de in de artikelen 1390 tot 1390quater bedoelde berichten die op diens naam zijn opgemaakt.
  De notarissen, door toedoen van de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat, zijn gemachtigd de berichten te raadplegen die bedoeld worden in de artikelen 1390 tot 1390quater en die opgemaakt zijn op naam van de personen wier goederen het voorwerp moeten uitmaken van een handeling die tot hun ambt behoort.
  De schuldbemiddelaars kunnen voor de vervulling van hun wettelijke opdrachten kennis nemen van de in de artikelen 1390 tot 1390quater bedoelde berichten die zijn opgemaakt op naam van de verzoeker-schuldenaar en op naam van personen die met hem een gemeenschap of onverdeeldheid delen. De raadpleging geschiedt voor advocaten, gerechtsdeurwaarders en notarissen op de in de het eerste en het tweede lid bepaalde wijze en, voor andere schuldbemiddelaars, door toedoen van de Nationale Kamer.
  Alle magistraten, griffiers en rechters in handelszaken en sociale zaken kunnen voor de vervulling van hun wettelijke opdrachten in de artikelen 1390 tot 1390quater/1, bedoelde berichten raadplegen, die zijn gesteld op naam van één of meer van de betrokken partijen.
  De voorzitters en griffiers van de rechtbanken van koophandel kunnen voor de vervulling van hun wettelijke opdrachten, bij wijze van algemene of globale opzoeking en volgens de door de Koning bepaalde nadere regels en parameters het bestand van berichten raadplegen. ";
  2° § 2 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " De in artikel 1390quater/1 bedoelde berichten zijn elektronisch, door eenieder raadpleegbaar volgens de door de Koning bepaalde nadere regels. De Koning kan tevens specifieke categorieën van personen bepalen die voornoemde berichten kunnen raadplegen onder de door Hem vastgestelde voorwaarden. ";
  3° de inleidende zin van § 5 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 5. Ieder verzoek tot raadpleging van de in de artikelen 1390 tot 1390quater bedoelde berichten is slechts ontvankelijk indien het vermeldt : ".

  Art. 64. In artikel 1514 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 mei 2000, die gewijzigd is bij de wet van 27 maart 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin :
  " In het exploot worden ook de andere beslagleggers die eveneens op deze goederen beslag hebben gelegd, vermeld met alle relevante gegevens voor de in het derde lid bedoelde oproeping. ";
  2° in het derde lid worden de woorden " in de dagvaarding vermelde " ingevoegd tussen het woord " andere " en het woord " beslagleggers ";
  3° het derde lid wordt aangevuld met de volgende zinnen :
  " De personen die bij gerechtsbrief alzo worden opgeroepen, worden aldus partij in het geding, tenzij ze zich ter zitting hiertegen verzetten. Van deze bepaling geeft de griffier eveneens kennis in de gerechtsbrief. ".

  Art. 65. In artikel 1524, zesde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 maart 2003, worden in de Franse tekst de woorden " un avis de saisie rendu commun " vervangen door de woorden " un avis de saisie rendue commune ".

  Art. 66. In artikel 1675/14, § 3, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 mei 2000, wordt het woord " onverwijld " vervangen door de woorden " binnen drie dagen ".

  Art. 67. Artikel 9 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 9. Onverminderd artikel 1389bis/16 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen de berichten van protest die worden bedoeld in artikel 1390quater/1 van hetzelfde Wetboek worden geraadpleegd ter griffie van de rechtbank van de woonplaats van de schuldenaar, of, indien het een koopman betreft, van de hoofdinrichting van de schuldenaar, of, indien het een rechtspersoon betreft, van de zetel van de schuldenaar van een wisselbrief of orderbriefje. ".

  HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten betreffende de protesten zoals bedoeld in de protestwet van 3 juni 1997

  Art. 68. In artikel 19, 1°, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, vervangen bij de wet van 12 juli 1960 en gewijzigd bij de wet van 5 juli 1963, worden de woorden " , met uitzondering van de protesten zoals bedoeld in de protestwet van 3 juni 1997 " ingevoegd tussen de woorden " van gerechtsdeurwaarders " en de woorden " ; de arresten ".

  Art. 69. In artikel 26 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 12 juli 1960 en gewijzigd bij de wet van 5 juli 1963, wordt het derde lid opgeheven.

  Art. 70. In artikel 32 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het 2°, gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1963 en 10 juni 1997, worden de woorden " andere dan protesten " opgeheven;
  b) het 8°, vervangen bij de wet van 10 juni 1997, wordt opgeheven.

  Art. 71. In artikel 35, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het 1°, gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1963 en 10 juni 1997, worden de woorden " andere dan de protesten " opgeheven;
  b) het 2°, hersteld bij de wet van 10 juni 1997, wordt opgeheven.

  Art. 72. In artikel 39 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het 1°, gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1963 en 10 juni 1997, worden de woorden " andere dan de protesten " opgeheven;
  b) het 1° bis, ingevoegd bij de wet van 10 juni 1997, wordt opgeheven.

  Art. 73. Artikel 157 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 juni 1997 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, dat gewijzigd is bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001, wordt opgeheven.

  HOOFDSTUK 9. - Opheffing van het vereiste van verzending van een aangetekende brief bij betekening van een gerechtsdeurwaardersexploot

  Art. 74. In artikel 38, § 1, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 6 april 2010, worden de woorden " onder een ter post aangetekende omslag " opgeheven.

  HOOFDSTUK 10. - Verlichting van sommige door het Gerechtelijk Wetboek opgelegde verplichtingen

  Art. 75. Artikel 1231-4 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003 en gewijzigd bij de wet van 6 december 2005, waarvan de huidige tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met de §§ 2, 3 en 4, luidende :
  " § 2. Voor zover de respectieve betrokkenen op de datum van het verzoekschrift zijn opgenomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen, opgericht bij wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, worden zij vrijgesteld van het overleggen van :
  1° een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte van geboorte of een hiermee gelijkgesteld stuk voor zover het gaat om een akte van een persoon die in België werd geboren;
  2° een bewijs van de nationaliteit;
  3° een verklaring betreffende de gewone verblijfplaats van de adoptant of de adoptanten, en van de geadopteerde.
  De in het Rijksregister opgenomen gegevens die in 2° en 3° worden bedoeld gelden tot bewijs van het tegendeel. De griffie van de rechtbank controleert in dat geval de gegevens aan de hand van het Rijksregister en voegt een uittreksel uit het Rijksregister bij het dossier.
  De griffie van de rechtbank vraagt zelf een afschrift van de in 1° bedoelde akte op bij de houder van het register.
  Hetzelfde geldt wanneer de akte in België is overgeschreven en de griffie de plaats van de overschrijving ervan kent.
  § 3. De bepalingen van § 2 zijn niet van toepassing op personen die zijn ingeschreven in het wachtregister.
  § 4. Als de vermeldingen van het verzoekschrift onvolledig zijn of indien de griffie bepaalde informatie niet tijdig kon verkrijgen voor de inleidende zitting, nodigt de rechter de meest gerede partij uit de nodige inlichtingen te verstrekken of het dossier van de procedure te vervolledigen. Elke partij kan ook zelf het initiatief nemen om het dossier samen te stellen. ".

  Art. 76. Artikel 1231-28 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003 en vervangen bij de wet van 6 december 2005, waarvan de huidige tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met §§ 2, 3 en 4, luidende :
  " § 2. Voor zover de respectieve betrokkenen op de datum van het verzoekschrift zijn opgenomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen, opgericht bij wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, worden zij vrijgesteld van het overleggen van :
  1° een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte van geboorte of een hiermee gelijkgesteld stuk voor zover het gaat om een akte van een persoon die in België werd geboren;
  2° een bewijs van de nationaliteit;
  3° een verklaring betreffende de gewone verblijfplaats van de adoptant of de adoptanten, en van de geadopteerde;
  4° een uittreksel van de huwelijksakte;
  5° een uittreksel van de verklaring van wettelijke samenwoning;
  6° een bewijs van meer dan drie jaar samenwonen.
  De in het Rijksregister opgenomen gegevens die in 2°, 3°, 5° en 6° worden bedoeld gelden tot bewijs van het tegendeel. De griffie van de rechtbank controleert in dat geval de gegevens aan de hand van het Rijksregister en voegt een uittreksel uit het Rijksregister bij het dossier.
  De griffie van de rechtbank vraagt zelf een afschrift van de in 1° en 4° bedoelde akte op bij de houder van het register.
  Hetzelfde geldt wanneer de akte in België is overgeschreven en de griffie de plaats van de overschrijving ervan kent.
  § 3. De bepalingen van § 2 zijn niet van toepassing op personen die zijn ingeschreven in het wachtregister.
  § 4. Als de vermeldingen van het verzoekschrift onvolledig zijn of indien de griffie bepaalde informatie niet tijdig kon verkrijgen voor de inleidende zitting, nodigt de rechter de meest gerede partij uit de nodige inlichtingen te verstrekken of het dossier van de procedure te vervolledigen. Elke partij kan ook zelf het initiatief nemen om het dossier samen te stellen. ".

  Art. 77. Artikel 1288bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juni 1994 en gewijzigd bij de wetten van 20 mei 1997 en 27 april 2007, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met de §§ 2, 3 en 4, luidende :
  " § 2. Voor zover de respectieve betrokkenen op de datum van de gedinginleidende akte zijn opgenomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen, opgericht bij de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, worden zij vrijgesteld van het overleggen van :
  1° een uittreksel uit de akten van geboorte van de echtgenoten, voor zover zij in België werden geboren;
  2° een uittreksel van de geboorteakten van de in artikel 1254, § 1, vierde lid, bedoelde kinderen, voor zover zij in België werden geboren;
  3° een uittreksel van de huwelijksakte, indien het huwelijk in België plaatsvond;
  4° een bewijs van nationaliteit van elk van de echtgenoten.
  De in het Rijksregister opgenomen gegevens hieromtrent gelden tot bewijs van het tegendeel. De griffie van de rechtbank controleert in dat geval de gegevens aan de hand van het Rijksregister en voegt een uittreksel uit het Rijksregister bij het dossier.
  De griffie van de rechtbank vraagt zelf een afschrift van de in 1°, 2° en 3° bedoelde akte op bij de houder van het register.
  Hetzelfde geldt wanneer de akte in België is overgeschreven en de griffie de plaats van de overschrijving ervan kent.
  § 3. De bepalingen van § 2 zijn niet van toepassing op personen die zijn ingeschreven in het wachtregister.
  § 4. Als de vermeldingen van het verzoekschrift onvolledig zijn of indien de griffie bepaalde informatie niet tijdig kon verkrijgen voor de inleidende zitting, nodigt de rechter de meest gerede partij uit de nodige inlichtingen te verstrekken of het dossier van de procedure te vervolledigen. Elke partij kan ook zelf het initiatief nemen om het dossier samen te stellen. ".

  HOOFDSTUK 11. - De reorganisatie van de griffies van de arbeidsrechtbanken

  Art. 78. In artikel 1675/2, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 juli 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord " aanzuiveringsregeling " wordt vervangen door het woord " aanzuiveringsprocedure ";
  2° de woorden " eerste lid, 1° en 3° tot 5°, " worden opgeheven.

  Art. 79. In artikel 1675/8 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 juli 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 april 2010, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
  " De schuldenaar en de derden bezorgen de schuldbemiddelaar die is belast met een procedure van minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsregeling, op diens verzoek, alle noodzakelijke inlichtingen over door de schuldenaar uitgevoerde verrichtingen en over de samenstelling en de vindplaats van diens vermogen. De schuldenaar of de derde kan zich, door middel van een eenvoudige schriftelijke verklaring die wordt neergelegd ter of verzonden aan de griffie, verzetten tegen het verzoek bij de rechter bij wie de rechtspleging voor de <collectieve><schuldenregeling> aanhangig is. ".

  Art. 80. In artikel 1675/9, § 1, 2°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 juli 1998 en gewijzigd bij de wet van 29 mei 2000, worden de woorden " van een afschrift van het verzoekschrift, " opgeheven.

  Art. 81. In artikel 1675/10, § 4, eerste en tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 juli 1998 en gewijzigd bij de wet van 13 december 2005, worden de woorden " met ontvangstbericht " telkens opgeheven.

  Art. 82. In artikel 1675/15 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 juli 1998 en gewijzigd bij de wetten van 13 december 2005 en 6 april 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° er wordt een § 1/1 ingevoegd, luidende :
  " § 1/1. Het einde van de minnelijke of de gerechtelijke aanzuiveringsregeling kan worden uitgesproken door de rechter aan wie de zaak op verzoek van de schuldenaar opnieuw wordt voorgelegd, door een eenvoudige schriftelijke verklaring die wordt neergelegd ter griffie of verzonden aan de griffie. ";
  2° er wordt een § 2/1 ingevoegd, luidende :
  " § 2/1. In geval van herroeping overeenkomstig § 1, of in het geval dat de <collectieve> <schuldenregeling> wordt beëindigd overeenkomstig § 1/1, beslist de rechter gelijktijdig over de verdeling en de bestemming van de bedragen die beschikbaar zijn op de bemiddelingsrekening. ";
  3° in § 3 worden de woorden " of in het geval dat de <collectieve> <schuldenregeling> wordt beëindigd " ingevoegd tussen de woorden " In geval van herroeping " en de woorden " herwinnen de schuldeisers ";
  4° in § 3 worden de woorden " en onverminderd § 2/1 " ingevoegd tussen het woord " herroeping " en het woord " herwinnen ".

  Art. 83. In artikel 1675/16 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 juli 1998 en vervangen bij de wet van 6 april 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de woorden " en de in artikel 1675/19, § 3, bedoelde beslissingen " ingevoegd tussen de woorden " <collectieve> <schuldenregeling> " en het woord " worden ";
  2° er wordt een § 2/1 ingevoegd, luidende :
  " § 2/1. De in artikel 1675/17, § 4, bedoelde beslissing tot vervanging wordt door de vervangende schuldbemiddelaar bij een ter post aangetekende brief ter kennis gebracht van de schuldeisers en van de schuldenaars van inkomsten. ";
  3° paragraaf 3 wordt aangevuld met de volgende zin :
  " De in artikel 1675/17, § 4, bedoelde beslissing tot vervanging wordt alleen ter kennis gebracht van de vervangen schuldbemiddelaar, van de vervangende schuldbemiddelaar en van de schuldenaar. ".

  Art. 84. In artikel 1675/17, § 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 juli 1998, worden de woorden " wordt vooraf " vervangen door de woorden " kan vooraf worden ".

  HOOFDSTUK 12. - Inwerkingtreding

  Art. 85. Deze wet treedt in werking op 1 september 2013.
  De Koning kan voor iedere bepaling ervan, evenals voor ieder onderdeel van de bepalingen ervan, een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de vermelde datum in het eerste lid.
  In afwijking van het eerste en het tweede lid treden artikelen 2 tot 14 en 23 in werking op een door de Koning te bepalen datum, en uiterlijk op 1 september 2015.
  
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 14 januari 2013.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Justitie,
  Mevr. A. TURTELBOOM
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  Mevr. A. TURTELBOOM

 

Aanhef

Tekst

Inhoudstafel

Begin

   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

 

Parlementaire werkzaamheden

Tekst

Inhoudstafel

Begin

    Zitting 2011-2012. Kamer van volksvertegenwoordigers. Stukken. - 53-1804 -2011/2012. Nr. 1 : Wetsvoorstel van Mevr. Becq, de heren Verherstraeten, Terwingen en Van Hecke, de dames Boulet en Van Vaerenbergh en de heer Brotcorne. Nr. 2 : Addendum. Nrs. 3 tot 9 : Amendementen. Nr. 10 : Advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Nr. 11 : Erratum. Nrs. 12 tot 14 : Amendementen. Zitting 2012-2013. Kamer van volksvertegenwoordigers. Stukken. - 53-1804 -2012/2013. Nr. 15 : Amendementen. Nr. 16 : Verslag. Nr. 17 : Tekst aangenomen door de commissie. Nr. 18 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat. Integraal Verslag : 6 december 2012. Senaat. Stuk. - 5-1878 - 2012/2013. Nr. 1 : Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat.